Vanaf nu

vanaf nu is het verplicht
voor elk persoon in dit land
om drie andere personen te vermoorden

hiervoor zal ieder een brief ontvangen
met drie bewijsformulieren bijgevoegd
die dienen te worden afgestempeld
in het kantoor van je vroegere schooldirecteur

het is verboden om elkaar te begraven
bewaar elkaar bij voorkeur
in de laadruimte van een wagen

en rij nog een rondje
of twee of drie


Kalm blijven

Meester Jan leerde mij autorijden op vijf minuten tijd. Na dertig levensjaren van dagdromen op trein, tram en bus zette ik deze lente voor het eerst mijn voet op een gaspedaal.  Terwijl ik zwetend op de kleine ring probeerde in te voegen kwam ik te weten dat hij getrouwd was met een vrouw die dertig jaar jonger was dan hem. Op zijn trouwdag had hij besloten om zich nooit meer zorgen te maken.  
Dokter Pieter gaat na zijn spreekuur slapen. Rond middernacht staat hij op en schrijft sonnetten over mannenseks. Hij ziet geen reden tot paniek en ondertekent mijn voorschriftje voor enkele dagen rust. Levenscoach Katleen woont in een schoon herenhuis in een straat met bomen die zachtjes wiegen in de wind. Op de overloop zwemmen twee goudvissen cirkels terwijl ik praat over intergenerationele gevoelens. Dat is allemaal oké. Onder de hoede van piloot Argend en enkele witte wijntjes vlieg ik door hevige turbulentie. Drie uren later ben ik aan het citytrippen in Tiranna. Ik vraag de weg in een duister steegje naar ons hotel. Het regent nooit in Albanië alleen deze week. Vroedvrouw Marloes lacht haar witte tanden bloot terwijl ze enkele bekkenbodemoefeningen voordoet. Vijf mannen kijken met open mond naar hoe ze wipt op haar ergonomische speelbal. Zes zwangere vrouwen  houden hun evenwicht niet. Ik tel de geboortekaartjes en begrijp niet hoe mensen kunnen kiezen voor de naam Kanoa. Naast mij slaapt mijn ongeboren kind in de buik van mijn vrouw. Nog drie maanden en ik ben mama.

De exoot

Bezoekjes aan zijn dochter combineert mijn vader altijd met lange wandelingen maken door de stad. Daarvoor haalt hij zijn oude, stevige, lederen schoenen van vroeger uit de kast. Als postbode kreeg je vroeger heel je uniform in veel te veel exemplaren voor één mensenleven cadeau. Ze kunnen maar blijven dienst doen terwijl hij zijn favoriete parcours aflegt. Met een petje op zijn hoofd en zijn handen netjes gevouwen op de rug kijkt hij zich de ogen uit terwijl hij door Matongé stapt. Deze straat vol zwart en kleur met volgeladen vrouwen en mannen geven hem opmerkelijk plezier.Als klein kind werd hij zelf met een grote valies bij de bushalte geplaatst. Mijn grootmoeder kon het zorgen niet aan waardoor hij voor kost en inwoon bij twee nichten werd gestuurd. Deze hadden in hun woonkamer een kapsalon gebouwd.  Ik wijd de vreemde vrouwelijke kantjes die mijn vader typeren aan deze gebeurtenis in zijn leven. Veel later zou hij trouwen en wonen in een dorp waar er evenveel kapsalons als postbodes zijn.  Natuurlijk heb ik als dochter van wel eens mijn vader moeten gaan zoeken op café, gingen de poorten van de universiteit net iets moeilijker open en zag ik zijn rug door de jaren heen krommer worden.   Op een dag kwam ik thuis van school en vond mijn vader dronken zijn roes uitslapend in een berg geld. Hij kwam terug van zijn Nieuwjaarsronde, de grote ronde waar alle eenzame mensen naar uit kijken omdat postbodes dan net iets meer tijd vrijmaken voor borrels en verdrietige verhalen.  Hij was het geld beginnen tellen en had het in een vergiet gelegd. Daarnaast stond de kom aardappelen ongeschild. Postbodes beginnen zo vroeg met werken omdat ze na de middag stiekem ook huisvaders zijn. Gelukkig was hij op tijd in slaap gevallen en had hij het geld niet samen met de aardappelen gewassen.  Elk jaar in februari gingen we dan eens op restaurant. Tussen voorgerecht en nagerecht wisten we niet wat te zeggen tegen elkaar maar we blonken net zo erg als het bestek. Ik zat er met een boek op mijn schoot en bestelde steevast kaaskroketten. Mijn vader had het al snel door en kwam ooit met het eerste manuscript  ‘Mijn kleine oorlog’ van Louis Paul Boon aangereden. Er stonden nog met de hand en in potlood opmerkingen bij van de schrijver zelf. Ik was van mijn melk en mijn vader had geen idee waarom. Later bleek dat Ben Cami, de grote vriend van en de grote dichter aan de rand van ons dorp afgeleefd woonde.  Elke woensdag bestelde hij een pak sigaretten bij mijn vader, ze dronken dan samen koffie en praatten over dochters en het weer.


Twee meisjes in bad



Op een avond in december besluiten we samen in bad te gaan. Ik kan mijn enthousiasme niet te baas en sta in enkele seconden in de badkuip te zingen dat ze de liefde van mijn leven is. Zij gaat bedachtzamer te werk, vouwt haar kleren netjes op en voelt met de elegantie van een ballerina hoe heet het water is.  De grootste poep moet op het afvoerputje zitten daarover is er duidelijk geen discussie mogelijk.  Ik stel mij niet aan, ga zitten en maak van de badkamer een zwembad. Onze benen glijden langs elkaar. Het schuim komt uit een grote twee liter fles waarop een melkmeisje naar ons lacht. Ik voel mij alsof ik in een grote kom slagroom aan het roeren ben. Zij overloopt haar hele dag terwijl ze mijn benen scheert. Ik hou een washandje voor haar ogen en was haar haren.

Het drukke leven glijdt van haar af.  Zoals altijd zijn we als beesten deze ochtend uit ons nest gekropen. Te vroeg in de ochtend om elkaar mens te kunnen noemen. Nadien beginnen we aan onze job in dezelfde stad. We redden wat er te redden valt, zijn te sociaal om goede sociale werkers te zijn, ontwijken op het laatste van de dag nog enkele agressieve gastjes in de metro die net zoals ons dromen van warmte en ruimte . We ontmoeten elkaar ’s avonds terug in het midden van onze woonkamer waar je wanneer de nacht valt de Poolse buurman hoort zingen. Vrijen doen we niet deze avond. Het bad is te klein en we zijn bang wat dat schuim te weeg zou kunnen brengen. Stel je voor dat we er zwanger van worden, dan zijn we twee Maria’s en stichten een nieuwe wereld waar gastjes in de metro vrede vinden in zichzelf. We wrijven elkaar enkel droog en luisteren naar een Pools lied.  Morgenvroeg overslapen we ons daar is geen discussie over mogelijk.

't Kofschip


We hebben alweer een winter overleefd. Ernest zit achter glas in mijn klas te baden in de zon. Hij draagt drie truien over elkaar en worstelt met het hardop lezen van de laatste lettergreep van het woord ‘constructie’. Onder geen enkel beding wil hij ooit nog terug naar Ghana. Het is er hem veel te warm.Men zegt dat geliefden door de jaren heen op elkaar gaan lijken. Dat je elkaar verstaat met halve woorden of voelt hoe graag de ander  naar huis wil tijdens familiefeesten. Hoe hard zouden Ernest en ik op elkaar zijn gaan lijken tijdens deze winter? Hoe hij weet dat ik veel van hem verdraag, zoals het stiekem verplaatsen van mijn bladwijzer in mijn volgens hem veel te dikke boek dat op mijn bureau ligt. Natuurlijk zie ik dat vanuit mijn ooghoeken gebeuren terwijl ik ’t kofschip sta te tekenen op het bord. Net zoals ik vanuit diezelfde ooghoeken de gaten kan tellen in zijn drie truien.We stellen mekaar nauwelijks vragen. Ik leer hem de nodige begrippen om min of meer te overleven, hij probeert mij min of meer boos te krijgen. Hij zal het mij nooit vergeven dat ik hem in zijn dertiende levensjaar leerde lezen in een taal die nooit de zijne zal mogen zijn. Ondertussen construeert Ernest ’t kofschip in zijn hoofd en vaart rustig verder terwijl de zon prikt in onze ogen.  

Een superheld voor de liefde



“Oh ja, en elke avond leg ik een briefje naast mijn bed waarop staat dat ik zeker niet mag vergeten om verdrietig te zijn.” Ze kijkt naar mij en rolt met haar ogen. Het is de zoveelste ruzie deze week. Terwijl ik roep, ontplof en met alles wat onbreekbaar is gooi, zit zij ijzig stil en scrolt eindeloos op de muur van haar facebook. Ik ben de goochelaar met woorden, zij diegene die zegt wat er toe doet. Deze avond hou ik maar beter mijn mond, als zij huilt dan weet ik dat ik die grens ben over gegaan. Die grens die iedereen maar al te graag wil opzoeken in een ruzie met zijn lief. Om het gelijk te halen, je goed te voelen, te blinken van recht en rede en om je dan nadien de grootste mislukking te voelen die er maar kan bestaan.                                                                                                      Uit onderzoek is gebleken dat als je vijf minuten in de houding gaat staan van een superheld dat je je dan ook daadwerkelijk super gaat voelen. Met je voeten evenwijdig en stevig op de grond, knieën wat gebogen zodat je klaar staat voor elke onverwachte aanval. Je lichaam ietsje naar achteren gebogen, je handen als vuisten gebald in je zij en je blik gericht op de oneindigheid van de lucht. Daar sta ik dan in de slaapkamer en probeer zelf mijn tranen te bedwingen.  De deur vliegt dicht en het wordt een nachtje op de zetel.  Het komt allemaal wel goed. De meest gebruikte zin in deze wereld. En dat zal allemaal wel zo zijn want ik geloof nog in de liefde. Toen ik negentien jaar was, zat ik ooit aan een tafel vol dertigers waarvan sommigen al over dat getal heen. Ik had nog nooit een lief gehad, wou vooral geen huis kopen en zei zelfvoldaan tegen een dertiger die ging scheiden dat ik vooral in de liefde geloof. Die persoon betaalde voor mijn eten want mijn maandgeld zat er alweer door.


De dag dat jij mij betrapte op het kopen van een taart wist ik dat het allemaal wel goed zou komen.  Het was snikheet in de stad, jouw blouse plakte tegen je huid, de wind stond stil waardoor je haar plat op je hoofd viel.  Ik stond in de deuropening van de bakker te wachten op mijn taart en jij kwam binnen.  We hadden elkaar enkel in de winter eens ontmoet op zo’n feestje waar je naartoe gaat omdat je er misschien een lief zal vinden. Na wat zeer saaie gesprekken met mensen waarvan je zeker wist dat het je lief niet ging worden, zaten we opeens naast elkaar in een blauwe sofa. Jij vertrok de dag nadien naar Berlijn en ik was te verlegen om je nummer te vragen. Maar een seizoen later stond je daar dan op dezelfde plek als waar ik ook was en je vroeg of ik mee een terrasje ging doen. Nog nooit voelde gelijk krijgen zo goed!